Vandaag werd voor de 81e keer een herdenking gehouden in Nationaal Monument Oranjehotel, de voormalige nazi-gevangenis aan de Van Alkemadelaan in Scheveningen.
In de Tweede Wereldoorlog verhoorde en berechtte de Duitse bezetter gevangengezette Nederlanders in de Scheveningse gevangenis. Ruim 25.000 mensen zaten hier tussen 1940 en 1945 opgesloten. Meer dan 250 mensen werden na verhoor geëxecuteerd op de Waalsdorpervlakte. De gevangenis kreeg al tijdens de bezetting de geuzennaam 'Oranjehotel', naar de verzetshelden die daar vast zaten. Onder hen bijvoorbeeld 'Soldaat van Oranje' Erik Hazelhoff Roelfzema (1917-2007) en Anton de Kom (1898-1945).
In 1946 kwamen voormalige gevangenen voor het eerst bij elkaar voor een reünie in de voormalige nazi-gevangenis. Op 5 oktober dat jaar werd Cel 601 ingewijd als monument, tijdens de allereerste herdenking. Vandaag was het de 81ste keer.
Tekst gaat door onder foto.

Foto: Tweede Kamer (Facebook).
Dodencel 601
Wat begon als reünie is in de loop der jaren een van de oudste herdenkingen van Nederland geworden. Scouts stonden vandaag bij de entree, Dineke de Groot, President van de Hoge Raad, theatermaker Jaïr Stranders, Tweede Kamer-voorzitter Thom van Campen en bestuurslid Pia Dijkstra verzorgden de toespraken, een koperensemble van het Residentie Orkest speelde en leerlingen van het Maris College en de Jonge Stadsdichter droegen bij aan het programma. Daarna volgde een stille gang langs Dodencel 601.
"De vraag hoe mensen elkaar dit konden aandoen is geen historische vraag, maar een vraag die elke generatie opnieuw aan zichzelf moet stellen, in haar eigen tijd, met haar eigen middelen", zei Jaïr Stranders, artistiek leider van Theater Na de Dam.
Tweede Kamer-voorzitter Thom van Campen legde samen met Eerste Kamervoorzitter Mei Li Vos een krans. "Toen ik kort geleden het Oranjehotel voor het eerst bezocht, riepen de gangen en de cellen een beklemmend gevoel op. Nergens was dat gevoel zo sterk als in cel 601. De dodencel die nog altijd in exact dezelfde staat verkeert als toen. De oorlog ligt inmiddels meer dan tachtig jaar achter ons. Maar op die paar vierkante meter lijkt de tijd al die jaren te hebben stilgestaan."
Wouter Kolff, de Commissaris van de Koning in Zuid-Holland, legde namens het provinciebestuur een krans. "Het is belangrijk om de herinnering aan hen die tijdens de oorlog slachtoffer werden van de bezetter en gevangen zaten in het Oranjehotel, levend te houden. Namens de provincie legde ik een krans voor alle slachtoffers bij Cel 601. Opdat we niet vergeten."
Richard de Mos was als locoburgemeester van Den Haag aanwezig bij de plechtigheid: "Het Nationaal Monument Oranjehotel raakt mij al jaren. Tijdens de Tweede Wereldoorlog zaten hier ruim 25.000 mensen gevangen, vaak vanwege hun verzet tegen de nazi’s. Bijzonder om hier als locoburgemeester een krans te leggen. Vrijheid vraagt herinnering."